Toegankelijkheidslinks Ga naar de hoofdinhoud

ABU cao-controle

  • Toon aan dat je de ABU cao correct naleeft
  • Versterk vertrouwen met een onafhankelijke en efficiënte controle

Offerte aanvragen

Offerte formulier

Naam
Startdatum onderneming
Offerte aanvragen voor
Aantal FTE in huidig boekjaar? 
Aantal FTE in vorig boekjaar? 
Privacyverklaring 

Neem contact op

Contactformulier

Naam
Privacyverklaring 

ABU cao-controle: voor betrouwbare uitzendorganisaties 

Ben je lid van de ABU of wil je lid worden van deze brancheorganisatie? Dan ben je verplicht de cao voor Uitzendkrachten correct na te leven. Met een ABU cao-controle toon je aan dat jouw organisatie voldoet aan de geldende cao-regels en aan de bijbehorende lidmaatschapscriteria. 

Normec voert namens de ABU deze controles uit. Wij beoordelen je organisatie op verschillende onderdelen en zorgen voor een duidelijke terugkoppeling. Je kunt rekenen op een snelle en efficiënte werkwijze, zodat je op korte termijn resultaat kunt laten zien.  

Onze aanpak bij de ABU cao-controle 

Het doel van de ABU cao-controles is vaststellen of de bij de ABU aangesloten bedrijven, de cao voor Uitzendkrachten correct naleven op specifieke artikelen. Daarnaast toetsen we of je voldoet aan de lidmaatschapscriteria, waaronder beleid gericht op het voorkomen van discriminatie. 

Wij voeren deze controles periodiek uit bij organisaties die al zijn aangesloten bij de ABU of zich willen aansluiten. Gemiddeld controleren we je organisatie eens per twee jaar. 

Normec als ervaren kennispartner 

Normec heeft ruime ervaring met het uitvoeren van ABU cao-controles. Wij kennen de eisen van de ABU en begrijpen wat deze in de praktijk betekenen voor uitzendorganisaties, groot en klein. 

Wij werken zorgvuldig, onafhankelijk en professioneel. Je ontvangt een duidelijke beoordeling waarmee je gericht kunt sturen op naleving en kwaliteit. 

Concreet betekent dit voor jou: 

  • Je toont aan dat je de ABU cao correct toepast. 
  • Je laat zien dat je beleid hebt vastgesteld, ingevoerd en onderhoudt om discriminatie te voorkomen. 
  • Je vergroot het vertrouwen van opdrachtgevers en andere stakeholders. 
  • Je krijgt helder inzicht in verbeterpunten binnen je organisatie. 
  • Je onderbouwt je (toekomstig) ABU-lidmaatschap met een onafhankelijke toetsing. 

Toekomstbestendige uitzendorganisatie 

Door periodiek te toetsen of je voldoet aan de ABU cao en de lidmaatschapscriteria, investeer je in kwaliteit en continuïteit. Met een ABU cao-controle van Normec laat je zien dat je verantwoordelijkheid neemt. Voor je medewerkers, je opdrachtgevers en de branche als geheel. Zo bouw je samen met ons aan een toekomstbestendige organisatie. 

Werkwijze

De 3 stappen van de ABU cao-controle

  1. 1.

    Audit 

    We brengen samen met jou de huidige situatie in kaart, waarbij we bepaalde onderdelen van de ABU cao controleren. 

  2. 2.

    Rapport 

    Je krijgt van ons een rapport op basis van de audit waarin de verschillende onderdelen voor jouw onderneming beoordeeld zijn. We rapporteren ook waar verbetering nodig is. 

  3. 3.

    Frequentie 

    Doorgaans eens per twee jaar controleren we jouw organisatie om er zeker van te zijn dat je de ABU cao nog steeds correct naleeft. 

Wil je meer weten over de ABU cao-controle?

Veelgestelde vragen over ABU cao-controle

Gemiddeld vindt de audit eens in de twee jaar plaats. Dit kan variëren, afhankelijk van afspraken en omstandigheden.

Als u lid bent van de ABU of lid wilt worden, bent u verplicht mee te werken aan periodieke controles op de naleving van de collectieve arbeidsovereenkomst en de lidmaatschapscriteria.

Wij beoordelen of u de CAO voor Uitzendkrachten correct toepast op de door de ABU voorgeschreven artikelen en toetsen of u voldoet aan de lidmaatschapscriteria, waaronder het voorkomen van discriminatie.

U laat zien dat u aan strenge kwaliteitseisen voldoet en dat u een betrouwbare partner bent binnen de uitzendbranche.

Wij werken efficiënt, zodat u binnen korte tijd duidelijkheid krijgt over de resultaten en eventuele aandachtspunten.

-De volgende elementen moeten overeenkomstig artikel 16, lid 7, schriftelijk aan de uitzendkracht worden bevestigd, indien van toepassing. In geval van wijzigingen tijdens de uitzending moet dit eveneens schriftelijk worden bevestigd.

-De verwachte startdatum.

-De naam en contactgegevens van de opdrachtgever, inclusief eventuele contactpersoon en werkadres.

- De (algemene) functietitel en, indien beschikbaar, de functietitel volgens de beloningsregeling van de opdrachtgever.

-De functiegroep en -trede volgens de beloningsregeling van de opdrachtgever, indien beschikbaar

-De overeengekomen werktijden

-Indien van toepassing, de vermoedelijke einddatum van de detachering

-De cao/beloningsregeling

-Het bruto werkelijke (uur)loon

-De toepasselijke vergoeding voor onkosten

-De geldende toeslagen voor overuren en/of verschoven werktijden;

-De toepasselijke toeslag voor onregelmatige werktijden (inclusief vakantietoeslag en toeslagen voor fysiek zware omstandigheden);

-De toepasselijke ploegentoeslag

-De toepasselijke reiskostenvergoeding

-Overige toepasselijke onkostenvergoedingen.

-De geldende vergoeding voor reistijd of reistijd in verband met het werk

Bovenstaande verplichtingen zijn gebaseerd op de ABU-CAO voor uitzendkrachten (geldig tot en met 31 december 2025).

Vanaf 1 januari 2026 verandert deze verplichting en geldt dat het uitzendbureau bij elke uitzending ten minste de volgende informatie schriftelijk aan de uitzendkracht moet bevestigen:

a. De verwachte ingangsdatum van de uitzending;
b. de naam en contactgegevens van de opdrachtgever, inclusief eventuele contactpersoon en het werkadres;
c. de (algemene) functietitel en, indien beschikbaar, de functietitel volgens de beloningsregeling van de opdrachtgever;
d. de functieclassificatie en de salaristrap volgens de beloningsregeling van de opdrachtgever, indien beschikbaar;
e. de overeengekomen werktijden;
f. indien van toepassing, de vermoedelijke einddatum van de detachering;
g. welke cao/beloningsregeling bij de opdrachtgever van toepassing is;
h. het bruto (uur)loon; en
i. de toepasselijke arbeidsvoorwaarden.

Het uitzendbureau is verplicht om jaarlijks ten minste 1,02% van (de som van) het werkelijke loon van uitzendkrachten die in fase A werken, te besteden aan het bevorderen van de duurzame inzetbaarheid van de uitzendkracht. De besteding vindt uiterlijk plaats in het kalenderjaar volgend op het jaar waarop de bestedingsverplichting van toepassing is.

Het uitzendbureau draagt het deel van de 1,02% dat niet is besteed aan het bevorderen van de duurzame inzetbaarheid van de uitzendkracht af aan de stichting DOORZAAM. De afdracht van het niet-bestede deel van de 1,02% vindt uiterlijk twee jaar na het jaar waarop de bestedingsverplichting van toepassing is plaats.

De bestedingsverplichting, inclusief eventuele overmakingen, wordt jaarlijks verantwoord in een specifieke post in de jaarrekening of in een accountantsverklaring. Op verzoek van de SNCU verstrekt het uitzendbureau de jaarrekening of de accountantsverklaring aan de SNCU.

De bestedingsverplichting en/of verantwoording kan ook plaatsvinden op het niveau van de groep van uitzendbureaus. Onder groep wordt verstaan de groep zoals bedoeld in artikel 2:24b van het Burgerlijk Wetboek.

Bovenstaande verplichtingen zijn gebaseerd op de ABU-CAO voor uitzendkrachten (geldig tot en met 31 december 2025).

Vanaf 1 januari 2026 verandert deze regeling. Er geldt dan geen vaste bestedingsverplichting meer in de vorm van een percentage van de loonsom voor duurzame inzetbaarheid. In plaats daarvan wordt het beginsel van gelijkwaardige arbeidsvoorwaarden gehanteerd.

Dit betekent dat de uitzendkracht recht heeft op arbeidsvoorwaarden die ten minste gelijkwaardig zijn aan die van werknemers in dienst van de opdrachtgever in een gelijke of gelijkwaardige functie, met inbegrip van regelingen op het gebied van duurzaam werken en wonen.

Op grond van artikel 34 van de collectieve arbeidsovereenkomst kan het uitzendbureau, binnen deze gelijkwaardigheid van de totale arbeidsvoorwaarden en -omstandigheden zoals bedoeld in artikel 21, ervoor kiezen om de uitzendkracht één of meer alternatieve regelingen op het gebied van duurzaam werken en wonen aan te bieden in plaats van de regelingen die gelden op de werkplek van de opdrachtgever, mits deze in hun totaliteit gelijkwaardig zijn.