Monitoringplan voor EU MRV en EU ETS in de scheepvaart
De EU MRV (Monitoring, Reporting and Verification) en het EU-emissiehandelssysteem (EU ETS) vormen belangrijke Europese kaders voor het terugdringen van emissies in de maritieme sector. Een centraal onderdeel van deze wetgeving is het monitoringplan (MP).
Het monitoringplan beschrijft hoe een rederij het brandstofverbruik en de broeikasgasemissies van haar schepen monitort, registreert en rapporteert. Dit omvat emissies van:
- CO₂ (kooldioxide)
- CH₄ (methaan)
- N₂O (distikstofoxide)
De gegevens die in het kader van de EU-MRV worden verzameld, vormen de basis voor de rapportageverplichtingen onder het EU-ETS. Daarom is een correct opgesteld en geverifieerd monitoringplan essentieel voor de naleving van de Europese klimaatwetgeving.
Hoewel het EU-ETS momenteel alleen van toepassing is op schepen van 5.000 GT of groter, wordt verwacht dat stukgoed- en offshorevaartuigen tussen 400 en 5.000 GT vanaf 2027 onder het systeem zullen vallen.
Onze aanpak
Normec Verifavia ondersteunt reders en exploitanten bij de beoordeling van hun monitoringplan in overeenstemming met de vereisten van de EU MRV en het EU-ETS.
Tijdens de beoordeling bekijken we onder andere:
- De gekozen methodiek voor emissiemonitoring
- Verantwoordelijkheden en procedures binnen de organisatie
- De consistentie van de gegevensverzameling en rapportage
- De afstemming op de EU MRV- en ETS-regelgeving
Monitoringplannen worden opgesteld en ingediend via het THETIS-MRV-platform van het Europees Agentschap voor maritieme veiligheid (EMSA). Een geaccrediteerde verificateur moet het plan beoordelen voordat de bevoegde autoriteit het kan goedkeuren.
De expertise van Normec Verifavia
Normec Verifavia is een onafhankelijke verificatie-instantie met uitgebreide ervaring op het gebied van Europese en internationale maritieme regelgeving.
Wij ondersteunen reders wereldwijd bij het naleven van onder meer:
Een grondige beoordeling van het monitoringplan helpt organisaties om te blijven voldoen aan de Europese emissievoorschriften.
Wat dit in de praktijk voor u betekent:
- U voldoet aan de EU MRV- en EU ETS-rapportageverplichtingen
- U voorkomt fouten in emissiegegevens en rapportageprocessen
- U minimaliseert nalevingsrisico's en mogelijke boetes
- U verbetert de transparantie ten opzichte van toezichthouders en belanghebbenden
- U ondersteunt de EU-klimaatdoelstellingen voor de maritieme sector
Wanneer moet een monitoringplan worden bijgewerkt?
Volgens de EU-verordening inzake MRV voor de maritieme sector moet een rederij het monitoringplan ten minste één keer per jaar evalueren om na te gaan of het nog steeds de operationele realiteit van het schip weerspiegelt.
Bijwerkingen zijn bijvoorbeeld vereist wanneer:
- De eigenaar of beheerder van het schip verandert
- Er nieuwe emissiebronnen of brandstoffen worden geïntroduceerd
- de beschikbaarheid van gegevens of meetmethoden verandert
- Er onjuiste monitoringgegevens worden vastgesteld
- Het plan niet langer voldoet aan de MRV-voorschriften
In dergelijke situaties moet de rederij de verificateur onmiddellijk op de hoogte brengen. Wanneer de wijzigingen betrekking hebben op emissiemetingen of de kwaliteit van de gegevens, zal de verificateur de conformiteit beoordelen voordat het herziene plan bij de bevoegde autoriteit wordt ingediend.
Voor schepen die onder de EU-ETS-richtlijn vallen, moeten zowel het oorspronkelijke monitoringplan als eventuele wijzigingen door de bevoegde autoriteit worden goedgekeurd.
Wilt u meer weten over het EU MRV- en EU ETS-monitoringplan?
Downloads en links
- Uitvoeringsverordening (EU) 2023/2449 van de Commissie van 6 november 2023
- Bijlagen I bij de gedelegeerde verordening van de Commissie betreffende de regels voor het monitoren van broeikasgasemissies en andere relevante informatie uit het zeevervoer
- COFRAC-accreditaties
- Veelgestelde vragen over de EMSA-monitoringplannen voor de EU-ETS
Veelgestelde vragen
-
Het monitoringplan beschrijft hoe een rederij de emissies van haar schepen monitort, registreert en rapporteert in overeenstemming met de Europese regelgeving.
-
Monitoringplannen moeten worden ingediend via het THETIS-MRV-platform van EMSA en worden beoordeeld door een geaccrediteerde verificateur voordat de bevoegde autoriteit ze goedkeurt.
-
Voor schepen die onder het EU-ETS vallen, moest het monitoringplan uiterlijk eind maart 2024 of binnen twee maanden na de eerste aanloophaven van het schip in de EU worden ingediend.
-
Ja. Wanneer de bedrijfsomstandigheden, meetmethoden of emissiebronnen veranderen, moet het monitoringplan worden bijgewerkt en opnieuw worden beoordeeld.
-
Na beoordeling door een geaccrediteerde verificateur wordt het monitoringplan ingediend bij de uitvoerende instantie, die de definitieve goedkeuring verleent.
-
De EU-verordening inzake monitoring, rapportage en verificatie (MRV) voor de scheepvaart (Verordening (EU) 2015/757) is van toepassing op schepen met een brutotonnage (GT) van 5.000 of meer die voor commerciële doeleinden goederen of passagiers vervoeren op reizen van en/of naar havens in de Europese Economische Ruimte (EER).
Vanaf 1 januari 2025 wordt het toepassingsgebied van de MRV-verordening uitgebreid. De volgende schepen vallen dan ook onder de verplichtingen:
Offshorevaartuigen van 5.000 GT of meer
Offshorevaartuigen en stukgoedschepen tussen 400 en 5.000 GT
De verordening is van toepassing ongeacht de vlag waaronder het schip vaart.
Een beperkt aantal scheepstypen is vrijgesteld, waaronder:
Oorlogsschepen
Marinehulpvaartuigen
Vissersvaartuigen en visverwerkingsschepen
Schepen zonder mechanische voortstuwing
Overheidsschepen die voor niet-commerciële doeleinden worden gebruikt
-
Vanaf 1 januari 2025 vallen offshorevaartuigen van 400 GT en meer onder de MRV-verordening voor de maritieme sector.
Op 16 oktober 2024 heeft de Europese Commissie een gedelegeerde handeling aangenomen ter verduidelijking van bijlage I bij de MRV-verordening. Deze wijziging bevestigt dat de verordening van toepassing is op schepen die zijn ontworpen of gecertificeerd voor het uitvoeren van offshorewerkzaamheden of -operaties bij offshore-installaties.
Voorbeelden van schepen die hieronder vallen zijn:
Offshore-ondersteuningsschepen
Pijpenlegschepen
Boorschepen
De gedelegeerde handeling is op 27 december 2024 gepubliceerd in het Publicatieblad van de EU.
Daarnaast heeft de Europese Commissie een speciale werkgroep opgericht binnen het Europees Forum voor duurzame scheepvaart, waarin lidstaten, brancheorganisaties en maatschappelijke organisaties samenwerken. Deze werkgroep bespreekt onder meer de verdere integratie van offshorevaartuigen in het MRV-systeem.
-
In de meeste gevallen worden noodgeneratoren niet beschouwd als een emissiebron in het kader van de MRV-verordening.
De MRV-verordening richt zich voornamelijk op emissies afkomstig van:
- Hoofdmotoren
- Hulpmotoren
- Gasturbines
- Ketels
- Inertgasgeneratoren
- Verbrandingsovens
Indien een noodgenerator echter operationeel wordt gebruikt, bijvoorbeeld voor de reguliere stroomvoorziening, moet deze worden behandeld als een hulpmotor.
In dat geval moet de generator:
- als emissiebron worden opgenomen in het monitoringplan (MP)
- worden opgenomen in de monitoring van het brandstofverbruik
- worden vermeld in het emissierapport (ER)
-
Als een monitoringplan niet voldoet aan de EU MRV- of EU ETS-vereisten, kan dit verschillende gevolgen hebben, waaronder:
- Boetes of financiële sancties
- Vertragingen bij de emissierapportage
- Mogelijke beperkingen op deelname aan het EU-ETS-systeem
Daarom is het belangrijk dat het monitoringplan door een geaccrediteerde verificateur wordt beoordeeld en geverifieerd voordat het bij de bevoegde autoriteit wordt ingediend.