In de eerste periode richt de SNA-controle zich vooral op het uitvraagproces tussen de onderneming en de inlener. Dit proces vormt de basis om uitzendkrachten minimaal gelijk of – waar van toepassing – gelijkwaardig te kunnen belonen. Met ingang van 2026 is het proces formeel verankerd in het SNA Handboek Normen door een interpretatierapport.
De procedure moet borgen dat bij de inlener minimaal de volgende elementen worden uitgevraagd:
1. De functie-inschaling en trede volgens de beloningsregeling van de inlene
2. Het geldende periodeloon binnen de schaal
3. De van toepassing zijnde arbeidsduurverkorting (eventueel te compenseren in geld)
4. De normale arbeidsduur bij de inlener
5. Alle toeslagen voor onregelmatige arbeid of (fysiek) belastende omstandigheden
6. Initiële loonsverhogingen: tijdstip en omvang gelijk aan die bij de inlener
7. Kostenvergoedingen, voor zover deze netto kunnen worden uitgekeerd
8. Periodieken: hoogte en tijdstip zoals bij de inlener bepaald
9. Vergoeding van reisuren en reistijd (tenzij reeds aangemerkt als gewerkte uren)
10. Eenmalige uitkeringen, ongeacht doel of reden
11. Thuiswerkvergoedingen, waarbij het niet-wettelijk vrijgestelde deel bruto wordt uitgekeerd
Deze informatie moet herleidbaar zijn naar de inlener en vastgelegd zijn in de administratie van de onderneming.
Met deze uitvraag sluit de SNA-controle nadrukkelijk aan bij het normenkader van de Wtta. De NAU (Nederlandse Autoriteit Uitleenmarkt) onderzoekt momenteel of de eindejaarsuitkering, vakantiedagen en vakantiebijslag worden toegevoegd aan bovenstaande elf elementen. Vermoedelijk komt het element thuiswerkvergoeding te vervallen. Zodra hierover duidelijkheid is, volgt een update op dit artikel.