De Europese Commissie keurt de herziene normen voor duurzaamheidsverslaglegging van EFRAG voor ESRS goed: wat dit betekent voor uw CSRD-verslaglegging
De gedelegeerde handeling gaat nu een beoordelingsperiode van het Europees Parlement en de Raad in, die doorgaans twee maanden duurt, voordat deze van kracht wordt. Zodra de handeling van kracht is, moeten entiteiten die onder de CSRD vallen de herziene ESRS toepassen voor boekjaren die op of na 1 januari 2027 beginnen, waarbij vrijwillige vervroegde toepassing voor het boekjaar 2026 is toegestaan.
Wat is er veranderd
De door de Commissie aangenomen tekst volgt grotendeels het advies van EFRAG, met een vermindering van 61% in het aantal verplichte gegevenspunten ten opzichte van de oorspronkelijke ESRS, plus gerichte aanpassingen die zijn aangebracht na overleg met de lidstaten en instanties zoals ESMA, EBA, EIOPA en de ECB. De verschuiving zorgt ervoor dat de verslaglegging afstapt van een checklistbenadering en zich richt op gerichte, voor besluitvorming bruikbare informatieverschaffing.
Meer nadruk op materialiteit
De aangenomen ESRS leggen meer nadruk op materialiteit als overkoepelend principe, ook in de algemene informatieverschaffing van ESRS 2. Volgens ESRS 1 bepaalt de dubbele materialiteitsbeoordeling welke thematische informatieverschaffing van toepassing is — zo leiden bijvoorbeeld materiële klimaatkwesties tot informatieverschaffing volgens ESRS E1, terwijl niet-materiële onderwerpen zoals biodiversiteit (ESRS E4) kunnen worden weggelaten. Het documenteren van de manier waarop deze conclusies tot stand zijn gekomen, is nu belangrijker dan ooit: assurance-verleners zullen niet alleen kritisch kijken naar wat u rapporteert, maar ook naar het proces erachter.
Beslissingsrelevantie en impactmaterialiteit
De standaarden leggen nu expliciet de nadruk op besluitvormingsnut voor impactmaterialiteit — informatieverschaffing moet het belang van de effecten toelichten, en niet alleen beschrijven. Er worden geen nieuwe informatievereisten ingevoerd, maar de richtlijnen inzake kwaliteit zijn duidelijker.
Sterkere afstemming op IFRS
De aangenomen ESRS versterken de getrouwe weergave en brengen financiële materialiteit beter in lijn met IFRS S1, waardoor de vergelijkbaarheid voor organisaties die onder beide kaders rapporteren wordt verbeterd — hoewel sommige vrijstellingen in de ESRS nog steeds verder gaan dan de ISSB-normen.
Praktische vereenvoudigingen
Belangrijke wijzigingen zijn onder meer minder verplichte gegevenspunten, meer flexibiliteit bij het gebruik van schattingen voor gegevens over de waardeketen, een meer op principes gebaseerde benadering van beleid/maatregelen/doelstellingen, en het schrappen van bijlage C uit ESRS 1. Samen zorgen deze wijzigingen ervoor dat de toepassing van de standaarden minder belastend is.
Verduidelijkte doelgroep
EFRAG heeft overheden, analisten en academici geschrapt uit de lijst van „andere gebruikers“ van duurzaamheidsverslagen, waarmee wordt benadrukt dat rapporten prioriteit moeten geven aan beleggers en andere kapitaalverschaffers.
Wat dit betekent voor organisaties
Nu de inhoud is vastgelegd, kunt u deze periode gebruiken om uw materialiteitsbeoordelingsproces, rapportagebeheer, ondersteunend bewijsmateriaal en de gereedheid van interne controles en assuranceprocessen te herzien. U zult niet alleen moeten aantonen wat u rapporteert, maar ook waarom informatie is opgenomen of weggelaten.
Vooruitblik
Naarmate de gedelegeerde handeling de toetsingsfase doorloopt en in werking treedt, zullen een sterk beheer, goede documentatie en de gereedheid van de assurance-processen het belangrijkst zijn.
Voor niet-EU-ondernemingen: de werkzaamheden aan de Non-EU ESRS (N-ESRS) zijn hervat, waarbij het toepassingsgebied is teruggebracht van circa 10.000 tot circa 1.200 ondernemingen (een vermindering van 88%). Naar verwachting zal medio juli 2026 een openbare raadpleging van start gaan (met een looptijd van 100 dagen), waarbij het technisch advies van EFRAG uiterlijk in januari 2027 aan de Commissie moet worden voorgelegd. De N-ESRS-rapportage gaat in voor boekjaren vanaf 1 januari 2028, waarbij de eerste rapporten in 2029 moeten worden ingediend.
Belangrijkste conclusie:
De Commissie heeft de herziene ESRS formeel vastgesteld, waarbij de nadruk ligt op materialiteit, getrouwe weergave en informatie die bruikbaar is voor besluitvorming. Zodra de gedelegeerde handeling de toetsing heeft doorstaan, is deze van toepassing vanaf het boekjaar 2027 (vrijwillige vervroegde toepassing voor het boekjaar 2026) — duurzaamheidsverslaglegging is nu bevestigd als meer evenredig en op principes gebaseerd, terwijl deze betrouwbaar en transparant blijft.
Wilt u een veilige en gezonde werk- en leefomgeving creëren?
Wij testen, inspecteren en certificeren, zodat organisaties veilig, snel, efficiënt en kosteneffectief kunnen innoveren.