Toegankelijkheidslinks Ga naar de hoofdinhoud

NBBU-cao: Inlenersbeloning en inconveniëntentoeslag

Gerechtshof Den Haag heeft op 15 januari jl. bepaald dat onder de inlenersbeloning (artikel 22 NBBU-CAO (2014-2019)) ook wordt bedoeld de aanspraak op “toeslag ter zake van ongunstige uren” uit de CAO voor de Vleessector. Ofwel de inconveniëntentoeslag. Hoe zit dit precies?

Lees verder
Kantoorprofessional met map in de hand staat in een vergaderruimte terwijl op de achtergrond een gesprek plaatsvindt.

Wat is inlenersbeloning?

Inlenersbeloning is een term uit de cao voor uitzendkrachten van de ABU (in de NBBU-CAO het loonverhoudingsvoorschrift genoemd). Volgens de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs (WAADI) moet het uitzendbureau het loonverhoudingsvoorschrift toepassen. Dit betekent dat de werknemer aanspraak heeft op hetzelfde loon en dezelfde vergoedingen als de inlener betaalt aan eigen medewerkers in gelijke of gelijkwaardige functies. In de WAADI wordt dit vormgegeven in artikel 8 die gaat over gelijke behandeling van werknemers.

Volgens de SNCU is de toepassing van de inlenersbeloning gebaseerd op informatie verstrekt door de opdrachtgever over:

  • functiegroep;
  • hoogte van het loon;
  • toepassing van arbeidsduurverkorting;
  • hoogte van de periodiek;
  • hoogte en het tijdstip van initiële loonsverhoging;
  • kostenvergoedingen;
  • Het Gerechtshof Den Haag vindt dat de inconveniëntentoeslag daar ook onder valt, de NBBU is het daar niet mee eens.

Wat was er aan de hand?

De zaak is aangespannen door een ex-medewerker, mevrouw X, van Arrow. Arrow houdt zich bezig met het ter beschikking stellen van (veelal Oost Europese) uitzendkrachten aan derden (onder meer) in de vleesverwerkende industrie. Mevrouw X is op 23 juli 2014 voor de duur van 26 weken als uitzendkracht in dienst getreden bij Arrow in de functie van algemeen medewerker. Op de uitzendovereenkomst (fase 1) is de NBBU-cao voor uitzendkrachten (verder NBBU-CAO) van toepassing verklaard. Op 19 januari 2015 hebben partijen opnieuw een uitzendovereenkomst (fase 2) gesloten met een duur van 104 weken. Op 27 juni 2016 sloten partijen een uitzendovereenkomst voor de duur van 12 maanden (fase 3). Mevrouw X is door Arrow afwisselend tewerkgesteld bij verschillende inleners als algemeen medewerker dan wel productiemedewerker vlees. Deze inleners waren toen lid van de Centrale Organisatie voor de Vleessector, welke organisatie partij is bij de CAO voor de Vleessector. De CAO voor de Vleessector was in de periode van 11 november 2014 tot 1 maart 2016 en van 3 maart 2017 tot 1 november 2017 algemeen verbindend verklaard. Toen de dienstbetrekking vanwege arbeidsongeschiktheid werd beëindigd, maakt mevrouw X aanspraak op o.a. nabetaling van een transitievergoeding, berekend naar het loon zoals volgend uit de NBBU-cao en de CAO voor de Vleessector, en te weinig betaald loon (hetgeen ook gevolgen heeft op het ziekengeld, vakantiedagen en berekening vakantietoeslag), omdat Arrow ten onrechte niet de CAO voor de Vleessector heeft gevolgd.

Wat zegt het hof?

In artikel 22 van de cao van de NBBU is het volgende bepaald:

Lid 1. Het loon en de vergoedingen van de uitzendkracht zijn gelijk aan het loon en vergoedingen die worden toegekend aan werknemers, werkzaam in gelijkwaardige functies in dienst van de inlener. Dit loonverhoudingsvoorschrift dient ter bescherming van de rust op de arbeidsmarkt en is opgenomen in artikel 8 Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs (WAADI).

Lid 2. Onder het loonverhoudingsvoorschrift vallen de volgende componenten:

  • Uitsluitend het geldende periodeloon in de schaal;
  • De van toepassing zijnde arbeidsduurverkorting. Deze kan – zulks ter keuze van de uitzendonderneming – gecompenseerd worden in tijd en/of geld;
  • Toeslagen voor overwerk, verschoven uren, onregelmatigheid (waaronder feestdagentoeslag) en ploegendienst;
  • Initiële loonstijging;
  • Onbelaste kostenvergoedingen: reiskosten, pensionkosten en andere kosten noodzakelijk wegens de uitoefening van de functie;

In de cao voor de Vleessector is een bepaling voor de werkingssfeer opgenomen. Een dergelijke bepaling houdt in dat als je als onderneming valt onder één van deze definities dat je dan verplicht bent om de cao toe te passen.

In de cao voor de Vleessector is in de werkingssfeerbepaling het volgende opgenomen:

Onder ‘uitzendbedrijf in de sector’ wordt verstaan:

  1. de rechtspersoon of natuurlijke persoon die in de regel voor meer dan 50% van de totale loonsom uitzendkrachten ter beschikking stelt van ondernemingen zoals omschreven in lid 1 van dit artikel op basis van uitzendovereenkomsten in de zin van artikel 7:690 Burgerlijk Wetboek.
  2. Onder uitzendbedrijf in de sector wordt echter niet verstaan het uitzendbedrijf dat aan de volgende cumulatieve vereisten voldoet:
  3. De bedrijfsactiviteiten van de uitzendonderneming bestaan uitsluitend uit het ter beschikking stellen van arbeidskrachten als bedoeld in artikel 7:690 Burgerlijk Wetboek, en
  4. De arbeidskrachten (uitzendkrachten) van die werkgever zijn voor 25% of meer van de loonsom betrokken bij werkzaamheden uitgeoefend in enige andere tak van bedrijf dan in de werkingssfeer van onderhavige CAO omschreven en
  5. De werkgever zendt voor tenminste 15% van het totale premieplichtig loon op jaarbasis uit op basis van uitzendovereenkomsten met uitzendbeding als bedoeld in artikel 7:691 lid 2 Burgerlijk Wetboek en
  6. De uitzendonderneming is geen onderdeel van een concern dat rechtstreeks of door algemeen verbindend verklaring gebonden is aan de CAO voor de Vleessector en
  7. De uitzendonderneming is geen paritair afgesproken arbeidspool.

Op grond van deze definitie vond het Hof dat Arrow viel onder de werkingssfeer van de cao voor de Vleessector. Arrow houdt zich namelijk voornamelijk bezig met het ter beschikking stellen van grotendeels Oost-Europese slagers en slachters aan derden in de vleesverwerkende industrie en slachterijen.

Daarbij geeft het Hof ook nog aan:

Dat artikel 22 lid 2 NBBU-CAO toeslagen voor andere inconveniënten dan verschoven uren en onregelmatigheid niet met zoveel woorden noemt, doet hieraan niet af, omdat deze toeslag (evenals de andere toeslagen) geacht kan worden onderdeel uit te maken van het periodeloon. Van een limitatieve opsomming is in genoemd artikellid geen sprake.

Omdat Arrow hoofdzakelijk opereert in de vleessector vond het Hof dat zij moest weten of redelijkerwijs had kunnen weten dat zij zich moest houden aan de afspraken die zijn vastgelegd in de cao voor de Vleessector. Het Hof vindt niet dat Arrow dit opzettelijk zou hebben gedaan, maar de conclusie is wel dat mevrouw X in deze zaak in het gelijk is gesteld.

Hoe nu verder?

De NBBU heeft in de procedure aangegeven dat zij het niet eens is met deze uitleg. Zij stelt dat artikel 22 van de cao alsook artikel 8 WAADI limitatief is bedoeld. Het kan zijn dat zij met Arrow nog in cassatie gaat tegen deze uitspraak.

Deze uitspraak bewijst wel weer eens dat het CAO-recht ingewikkeld is. Als intermediair is het dan ook vrijwel onmogelijk om altijd goed op de hoogte te zijn van de juiste inlenersbeloning. Goede communicatie en afspraken maken met de inlener is dan ook heel belangrijk. De vraag in dit soort kwesties is ook of een partij, zoals Arrow, deze nabetaling in de vorm van schadevergoeding kan neerleggen bij de inlener. Dit zal afhankelijk zijn van de afspraken die met de inlener zijn gemaakt.

Hulp nodig met certificering in uw branche?

Neem contact op met onze specialist

Neem contact op

Vul het formulier in en wij nemen spoedig contact met je op.

Naam
In welk land wil je geholpen worden?
Privacyvoorwaarden 

Gerelateerde nieuwsartikelen

21 mei 2026

Wettelijk minimumloon per 1 juli 2025 is bekend

Wettelijk minimumloon per 1 juli 2025 is bekend. Per 1 juli 2025 zal het minimumloon stijgen naar €14,40 per uur.

21 mei 2026

Pensioenverleden van uitzendkrachten

Uit StiPP-controles is gebleken dat het pensioenverleden niet altijd correct wordt meegenomen van de uitzendkracht. Werkgevers lopen hierdoor een extra risico op verplichte correcties vanwege te weinig afgedragen pensioenpremie.

21 mei 2026

Vijf vragen aan NEN 4400-1 inspecteurs

Een inspectie kan voor een onderneming een spannend moment zijn. Zeker als het een eerste inspectie is. Door duidelijk en transparant te zijn, kunnen we als inspectie-instelling hopelijk wat van die spanning wegnemen. Daarom leest u in dit artikel het antwoord op de vijf meestgestelde vragen aan onze NEN 4400-1 inspecteurs.

Human resources manager conducting job interview with applicant in office
21 mei 2026

Wat te verwachten bij een SNA inspectie

Voor, tijdens en na een SNA inspectie komt een hoop kijken. Het is (vaak) een intensieve dag, zowel voor onze klanten als onze inspecteurs. We geven graag een inkijkje in het proces van voor en na de controle.

21 mei 2026

Arbeidskrachten inlenen: Vrijwarend storten op de G-rekening?

Heb je te maken met personeelstekorten dan kan het zijn dat je kiest voor het inlenen van (extra) arbeidskrachten. In dat geval zijn de regels van de Wet Ketenaansprakelijkheid (WKa) van toepassing. Wil je in de toekomst gevrijwaard zijn voor aansprakelijkheid voor loonbelasting, sociale premies en (soms) btw? Dan is alleen een bedrag op de g-rekening storten niet voldoende. Je moet immers ook voldoen aan de regels voor vrijwarend storten. Alleen dan ben je er zeker van dat je achteraf niet meer aansprakelijk gesteld wordt voor WKa.

Meld je aan voor de nieuwsbrief

Blijf op de hoogte van het laatste nieuws, exclusieve updates en waardevolle inzichten.

Schrijf je in

Vul het formulier in en wij nemen spoedig contact met je op.

Naam
Privacyvoorwaarden 

Gerelateerde services

Kantoorprofessional met map in de hand staat in een vergaderruimte terwijl op de achtergrond een gesprek plaatsvindt.

NBBU cao-controle

Zakelijk gesprek tussen twee professionals aan een bureau met laptop in een kantooromgeving.

ABU cao-controle

SNA-keurmerk

Persoon gebruikt een rekenmachine om financiële gegevens te analyseren naast grafieken en een laptop.

PayOK-keurmerk

Professional met tablet staat voor een woonwijk met moderne woningen.

SNF-keurmerk